Middelen voor risicobeheersing - Analoge voelsprieten in digitale wereld

Bron: DigiSource Magazine

Datum: juni 2010

pdf_icon

 
Beantwoording kamervragen Helpdesk financieel-economische criminaliteit en Hulplijn 113

Bron: Ministerie van Justitie
Datum: 14 september 2009

pdf_icon

 
Beantwoording kamervragen intracommunautaire btw-fraude
Bron: Ministerie van Justitie
Datum: april/mei 2009


Antwoorden op de vragen van de commissie voor de Rijksuitgaven, de vaste commissie voor Financiën, de vaste commissie voor Economische Zaken en de vaste commissie voor Justitie over het rapport ‘Intracommunautaire btw-fraude' van de Algemene Rekenkamer (Kamerstuk 31 880, nrs. 1-2)

Read more
 
 
Wwft: Cliëntenonderzoek
Drs. M. Boer

Vrije beroepsoefenaren, zoals notarissen, advocaten en accountants, en financiële instellingen worden geacht een kritische houding te hebben in het kader van de voorkoming van witwastransacties, financiering van terrorisme en fraude in het algemeen. Dit is vastgelegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme (Wwft) en bijbehorende Uitvoeringsregeling Wwft en Uitvoeringsbesluit Wwft.

De Wwft is de opvolger van de Wet Identificatie bij Dienstverlening (WID) en de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties (Wet MOT). Er zijn drie belangrijke verschillen te benoemen tussen de oude wetgeving en de Wwft. Allereerst kan de Wwft worden gezien als een samenvoeging van de WID en de Wet MOT waarbij gelijktijdig de Derde Europese Witwasrichtlijn (2005/60/EG) in Nederland is geïmplementeerd. Deze richtlijn betreft in het bijzonder uitbreiding en verduidelijking van de procedures met betrekking tot het onderzoek naar de identiteit van de cliënt, de verificatie daarvan en de achtergrond van (rechts)personen aan wie diensten worden verleend. Het tweede verschil is dat bij de nieuwe wet het aandachtsgebied wordt verbreed met het risico op terrorismefinanciering. Melding van ongebruikelijke transacties en het cliëntenonderzoek dienen zowel met het risico op witwassen als met het risico op terrorismefinanciering te worden uitgevoerd.

Het derde en belangrijkste verschil tussen de oude en de nieuwe wetgeving is echter de huidige risicogeoriënteerde benadering. In navolging van de subjectieve indicatoren die in de Wet MOT genoemd werden, is de huidige regelgeving niet meer ‘rule-based', maar ‘principle based'. Dit betekent dat de instelling voorheen diende te voldoen aan door de wetgever voorgeschreven normen en dat nu gebruik wordt gemaakt van open normen. Deze open normen vragen om een eigen invulling door de desbetreffende instelling. Hieruit vloeit voort dat bij het cliëntenonderzoek wordt uitgegaan van een risicogeoriënteerde benadering: afhankelijk van het risico op witwassen en terrorismefinanciering dient een bepaald niveau van cliëntenonderzoek te worden uitgevoerd. Deze verandering zorgt ervoor dat instellingen goed dienen na te denken over de inhoudelijke risico's die aan cliëntenacceptatie verbonden kunnen zijn. Zij dienen risico's te herkennen en vervolgens passende maatregelen te nemen om deze risico's tot het juiste niveau terug te kunnen brengen. Dit vraagt een bepaalde mate van deskundigheid, waarbij een risicobeleid dient te worden geformuleerd en de interne organisatie als zodanig dient te worden ingericht.

Ten gevolge van de overgang naar de risicogeoriënteerde benadering is het aan de instelling om op juiste wijze invulling te geven aan het cliëntenonderzoek. Indien mogelijke risico's worden geïdentificeerd en gekwalificeerd, dient de uitvoering van het cliëntenonderzoek hierop te worden afgestemd. Dit betekent dat cliënten met een hoger risico op witwassen en/of het financieren van terrorisme dienen te worden onderworpen aan het verscherpt cliëntenonderzoek. Dit verscherpt cliëntenonderzoek bestaat uit nader onderzoek door de instelling (zoals het raadplegen van diverse ‘open' bronnen), en het door de cliënt laten aanleveren van aanvullende informatie en documentatie. De werkzaamheden voor een cliëntenonderzoek onder de oude wetgeving waren voor elke cliënt gelijk. Door het aanbrengen van gradaties in het cliëntenonderzoek en (een mogelijke reductie van) de daarmee verband houdende te verrichten werkzaamheden, is door de wetgever tevens beoogd de administratieve lasten voor de instellingen te verlichten.

Er is echter ook een keerzijde van de medaille. De verschuiving naar de risicogeoriënteerde benadering en het aldus ontbreken van een concrete invulling van de wetgeving kan leiden tot een verhoogd risico op een onjuiste kwalificatie van de cliënt. De beheersing van dit risico impliceert een andere benadering ten aanzien van compliance door instellingen. De instellingen zijn immers zelf verantwoordelijk voor de specifieke invulling van de wetgeving en correcte uitvoering van de risicoanalyse.

Bij het identificeren van de risico's ten aanzien van witwassen en/of financiering van terrorisme is een aantal indicatoren van belang. Allereerst dient de instelling de typologie van de cliënt vast te stellen. Tevens dienen de branche, de soort dienstverlening en het land van herkomst van de cliënt te worden benoemd. Bij het land van herkomst dient onderscheid te worden gemaakt naar statutaire vestiging en het land waar de werkelijke bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Voorts dienen de bron en geografische locatie van de vermogensbestanddelen, alsmede de maatschappelijke omgeving van de cliënt in kaart te worden gebracht. Hierbij is het van belang in ogenschouw te nemen dat de cliënt niet per definitie de opdrachtgever van de te verlenen dienst hoeft te zijn. Het verscherpt cliëntenonderzoek dient steeds voorafgaand aan de dienstverlening te hebben plaatsgevonden. Het standaard cliëntenonderzoek kan, onder omstandigheden, ook zo spoedig mogelijk daaropvolgend worden afgerond. Aldus vraagt het identificeren van de risico's en het daarop gebaseerde cliëntenonderzoek om de noodzakelijke deskundigheid van de instelling. Het maatschappelijk belang dat wordt toegekend aan een goede beheersing van de risico's van witwassen en terrorismefinanciering kan worden afgeleid uit de strafbaarstelling: het niet naleven van de bepalingen van de Wwft is gekwalificeerd als een economisch delict.

 
vlag NL vlag UK